


In 1962 vatte Ida De Roy haar artistieke studies aan in Hasselt aan het Provinciaal Hoger Instituut voor architectuur en Beeldende Kunsten. Zij specialiseerde er zich in de keramiekkunst onder leiding van Diestenaar Jan Heylen. Na diens overlijden nam beeldhouwer Vic Beirens het over. Ida studeerde af onder Carmen Dionyse in 1968.
Ida De Roy is docente keramiekkunst Hogere Graad aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Sint-Truiden.
"Het werk van Ida De Roy moet je ondergaan en beleven omdat je te maken hebt met geest geworden materie onder de vaardige handen van een rasechte keramiste. Haar talent manifesteert zich in haar werk in twee van mekaar verschillende verschijningsvormen, vertrekkend echter uit dezelfde oer-idee: de eenheid mens – natuur. Deze idee valt makkelijk te herkennen in de keramieken waarvan zijzelf zegt dat ze een verademing zijn, een verliefd spelen met vormen en kleuren.
Ida De Roy wordt vooral zichzelf in een reeks busten en koppen waarbij aanvankelijk een melancholisch gevoelen overheerste maar naarmate zij meer abstraheerde en tot de essentie doordrong, je kan kennis maken met de naakte mens: geïsoleerd, eenzaam, verstard in een hallucinante onbestemmigheid en angst. Hieruit blijkt enerzijds de intellectuele eerlijkheid waarmee zij haar onderwerp beleeft en doorgrondt en er de ziel en het leven aan meedeelt.
Anderzijds slaagt zij er in met een indringend artistiek talent vorm te geven aan de idee waarvan zij doordrongen is.
Deze werken grijpen je fysiek aan, ge staat in angstige verwondering (en bewondering) voor mysterie en magische krachten. Onder de gespannen koud – gladde huid, ronde verstarde ogen en strakke mond trilt een ongewoon intens innerlijk leven.
De behandeling van de materie is terzelfdertijd ruw en gaaf, droog en glad, gepolijst of korrelig aangevreten. De vorm is herleid tot de essentie: sobere lijnen, wazige kleur maar wel met veel schakeringen.
Slechts iemand als Ida De Roy, begaafd met grote technische trefzekerheid, een merkwaardige beheersing van materie en vormgeving en een onkreukbare artistieke en intellectuele eerlijkheid, is in staat zulk aangrijpend werk te scheppen".
- Roger Vanbrabant -
"Haar beelden zijn doorgaans introvert. Een gelaat spant zich over het innerlijke be- en doorleven in de figuur. De Roy heeft blijkbaar geen behoefte aan opgeplakte gevoelsexplosies of aan laat-expressionistische spasmen. Zij laat het aan de kijker over meditatief te gissen wat er in die figuren leeft.
Kunst moet toch onthullen en gelijktijdig versluieren."
- Luc Clerinx -