


Jan De Wachter is een gedreven vragensteller omtrent het eeuwige "waar ben ik, van waar kom ik, naar waar ga ik?".
Zijn leef- en werkomgeving in Londerzaal verklaart voelbaar zijn verbondenheid met de aarde. In zijn weideachtige tuin, die overgaat in een moerassige beemd, staat als een metafoor een hoge houten trap waarlangs hij dagelijks symbolisch afdaalt naar de essentie. Die ligt voor hem aanwezig in de aarde, de vegetatie, de bomen, de gebouwen, en daar rond de mens steeds in vraag en dialoog. De mens die zich beweegt op de raaklijnen van de realiteit en de melancholie, en die antwoorden geeft die telkens weer vragen oproepen.
Op het eerste zicht lijken de donkere, bijna abstracte landschapschilderijen als geboren uit de moeder-aarde. Het herhaaldelijk overschilderen suggereert een labeurwerk waardoor een vegetatie in ontwikkeling voelbaar wordt. De subtiele tekeningen waarin een huis of een bomenpartij als in een mistige morgen opduiken, worden door de kunstenaar in hun esthetiek gerelativeerd door toevoeging van vele vlekken, als open vragen over het herkenbare heen.
In zijn gipsen sculpturen ervaren wij het éénzelfde onaf zijn. Een gewild en overdacht onderbreken van de creatieve daad is ingegeven door de wisselende vragen die de kunstenaar zich stelt in het groeiproces. Kleur en vorm spelen een belangrijke rol. De modderige grondkleuren en hun bewerkte aanwending in zijn schilderijen contrasteren met het subtiele wit en al haar schakeringen in de tekeningen en gipsen beelden. De kunstenaar zal er niet voor terugdeinzen gevonden relicten evenals vegetatie uit zijn tuin als een betekenisvolle aanwezigheid in schilderijen een beelden te verwerken.
Een tentoonstelling van jan De Wachter is themagericht en draagt vaak een titel; zij staat in het teken van een boodschap of een ervaring.
In Borgloon brengt hij naast een homogene reeks van kleine landschappen, geïnspireerd op Tarkovski's film Solaris en Yvans Jeugd, ook een installatie die gedomineerd wordt door een witgipsen kano die als het ware de ruimte inglijdt. In relatie met de kanovarende kinderen, als onderdeel en detail in sommige tekeningen, krijgt deze uitvergroting een metaforische betekenis. De menselijke aanwezigheid is hier sterk voelbaar door het ijle beeld van de handschoenvormen aan de roeispaan. Een bevreemdende kindfiguur met bijenkorf als hoofd staat er bij en kijkt er naar, met een verwondering zoals die van zijn schepper en wij als toeschouwers.
Het met teksten betekende energietapijt onder de kano is hier tot nieuw leven gekomen, nadat het buiten bijna vergaan in de natuur, tot een vorm van vegetatie was overgegaan.
Opvallend in het totale oeuvre van jan De Wachter is de aanwezigheid en het symbolisch gebruik van de vaak voorkomende tafelvormen en sokkels, al dan niet bezet met kommen en schotels. Het zijn voor hem sprekende beelden die begrippen als dialoog, ontmoeting en bezinning symboliseren.
De uitstralingskracht van dergelijke sprekende verbeelding in vorm en kleur heeft door haar bezinnend karakter een opvallend sterke religieuze inhoud.
- Ludo Raskin -