ROMANESQUE Peter Geebelen

ROMANESQUE

 

'Romanesque', een verwijzing naar de romaanse kunst, is de titel van deze tentoonstelling in de

middeleeuwse Gasthuiskapel. Hierbij werden er sculpturen en enkele tekeningen geselecteerd die

aansluiten bij de vormtaal van die tijd. De opzet wordt niet benaderd vanuit kunsthistorisch of

religieus perspectief maar eerder vanuit een sferische context.

Het sacrale kan op die manier terug een plaats krijgen in deze tijd zonder religieus te willen zijn of

onderscheid te willen maken tussen verschillende overtuigingen - een universele sfeer is primair en

ruimte en kunst kunnen zo een openingspoort worden voor een persoonlijke ervaring.

Elk religieus gebouw draagt een bepaald gedachtengoed voor een ingewijd publiek, maar draagt op

mystiek vlak ook iets dat niet-gedefinieerd is. Je kan zo bijvoorbeeld in een moskee, kerk of

boeddhistische tempel eenzelfde soort mystiek ervaren. En dat niet-gedefinieerde trekt mijn

persoonlijke aandacht zowel op spiritueel als op artistiek vlak.

Mijn sculpturen, die de menselijke figuur als centraal thema dragen, zijn reflecties en meditaties rond

de "condition humaine". Beelden maken is iets dat ik doe zonder een eindresultaat na te streven.

Het eindresultaat van een sculptuur wordt eigenlijk een beginresultaat, het object staat dan op

zichzelf en draagt enkel de verschillende energieniveaus waardoor het tot stand gekomen is. Er is dan

ook geen sprake van anekdotiek of een narratief verhaal dat utgebeeld dient te worden - het stelt

niet iets voor maar is zelf iets.

Ik wil in de vorm op zoek gaan naar het essentiële, een wezenlijke kern,met enkel de basismaterialen

klei, gips en potlood als instrument. De rest lijkt me uiteindelijk overbodig, de sculptuur of tekening

zou voor mij dan het ornament worden of alleszins iets dat te veel vorm of materiaal zou zijn. Het gipsen

beeld uiteindeliljk in brons laten gieten is wel een optie dat het proces een alchemistisch karakter

geeft en de broze kalk tijdloos maakt. Er dient ook geen materiaal oveerwonnen te worden - ik zie

mezelf eerder nederig ten dienste van het karakter ervan.

Door voeling te hebben met materiaal krijg ik ook autmatisch voeling met de natuur in het

algemen - het stollende gips werkt als landschappen van rotsen, mineralen en bomen die zich

langzaam vormen. Mijn eigen innerlijk magma wordt zo op gang gezet en stolt wanneer het aan de

oppervlakte komt via het beeld en kan zo een persoonlijk spiegelbeeld vormen. Hierdoor wordt dan

weer nieuwe magma in gang gezet - het onzichtbare wordt hierdoor naar de oppervlakte geleid.

Het materiële beeld kan op deze manier immaterieel worden en zo is er een continue stroming 

tussen de verschillende niveaus van mijn innerlijke wereld en het tastbare object - de sculptuur

werkt naar binnen.

Verschillende oudere kunststromingen, waaronder o.a de Romaanse, boeien me omdat ze vaak

vanuit hun 'eenvoudige' beeldtaal dichter lijken te staan bij de 'oerschepping'. De sfeer die de

middeleeuwse kunst opwekt is zo verschillend met bijvoorbeeld die van de renaissance. Men kijkt

hier niet richting lichaam maar richting hemel, het goddelijke en dee meestal anonieme kunstenaars 

helpen mij een weg te vinden om hun werk naar onze tijd te vertalen. De benadering vanuit 'sfeer'

kan hier niet intellectueel benaderd worden maar enkel door het te beleven.

Moderne kunstenaars als Rosso, Giacometti of Beuys hebben nog niet zo lang geleden ook die

verbinding aangegaan met die "oerschepping", ieder vanuit zijn eigen verhaal en tijdsgeest. Zij

wereden dan weer opgevolgd door o.a Hans Josephsohn, Wolfgang Laib en enkele anderen wiens

werk ik over mij laat waken zodat ik op mjn manier  de kracht van het archetypische beeld kan

blijven erkennen als iets noodzakelijks.

 

P.G

 

Comments